0.5 – Leefbare plekken: weinig dodelijk gevaar en veel tijd

Afbeelding in de hoofding: Zonnewind wordt afgebogen door het magnetisch veld van de Aarde. Bron: ESA.

De planeet Aarde is 4,54 miljard jaar geleden ontstaan. Het tijdstip van ontstaan duiden we aan met -4,54 GA. De G staat voor Giga (= Miljard) en de A voor Annum(= jaren). Je zal zien dat in de literatuur meestal 4,54 GA geschreven wordt, en niet -4,54 GA. Dat betekent dus zoveel jaar geleden. Als het over miljoenen jaren gaat dan gebruikt met MA (Mega) in plaats van GA, en bij duizenden jaren gebruikt men KA (Kilo).

Het leven is vrij snel ontstaan op Aarde (wordt verder in de cursus besproken), en is tot vandaag niet meer verdwenen. Dat betekent dat het Aardse leven 4 miljard jaar evolutie gekend heeft zonder uitgewist te worden, ook al zijn er wel bedreigende periodes geweest. Het globale klimaat en andere omstandigheden (kosmische straling, samenstelling van de lucht en het water, invallende meteorieten, vulkanisme, etc.) zijn al die tijd binnen leefbare grenzen gebleven. Daardoor zijn op Aarde verbazend rijke ecosystemen kunnen ontstaan met heel complexe levensvormen. Het aardse leven is ook zelf een heel grote rol gaan spelen in het stabiliseren van het klimaat, waardoor de planeet een nog stabieler systeem geworden is. Om dat te bereiken was veel tijd nodig zonder vernietigd te worden.

Toch is de leefbaarheid van de Aarde ook eindig. We zullen verder in de cursus zien dat er een tijd komt dat eerst het complex leven, en later zelfs het eencellig eenvoudig leven uiteindelijk zal verdwijnen op onze planeet. Van de totale bestaanstijd van onze planeet – iets meer dan 10 miljard jaar – is er eigenlijk maar 1 miljard jaar met planten en dieren. Onze huidige aards paradijs is tijdelijk, en wordt soms “the age of the animals” genoemd. En om die 1 miljard mogelijk te maken was het dus nodig dat er 3 à 4 miljard jaar van voldoende stabiliteit aan vooraf ging.

Mars en Venus zijn waarschijnlijk beiden ook gestart als leefbare planeten. Maar beiden zijn – minstens aan de oppervlakte – erg onleefbaar geworden in het eerste deel van hun bestaan. Levensvormen zoals wij die kennen kunnen op hun oppervlak niet overleven wegens dodelijke gevaren die constant aanwezig zijn:

  • Mars: extreem lage temperaturen, geen vloeibaar water en extreme uitdroging, extreem lage luchtdruk, hoge dosissen straling van de Zon en andere kosmische bronnen.
  • Venus: extreem hoge temperaturen, geen water, extreem hoge druk, vulkanisch geweld, extreem zure regen.

De ondergond van Mars is iets meer beschermd tegen deze gevaren, en wordt daarom beschouwd als een plek waar buitenaards leven in beperkte mate nog mogelijk zou kunnen zijn. Dit bespreken we verder in deel 4 van de cursus. Ook op grote hoogte in de atmosfeer van Venus lijkt nog een heel kleine kans op +/- leefbare plaatsen theoretisch mogelijk.

Op andere planeten in ons Zonnestelsel is het eigenlijk nog erger. Er zijn echter wel plaatsen waar al miljarden jaren omstandigheden heersen die vermoedelijk goed lijken op de diepzee van de jonge Aarde. Het gaat over de ondergrondse oceanen op enkele ijsmanen rond Jupiter en Saturnus. Dit bespreken we in deel 5.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *