Afbeelding in de hoofding: Onze galaxie, de Melkweg, met centraal onderaan de locatie van ons Zonnestelsel. Bron: https://astro3d.org.au/education-and-outreach/doughy-way-galaxy-activity/
Ons Zonnestelsel bevindt zich in een deel van het sterrenstelsel ‘de Melkweg’ dat beschouwt wordt als de leefbare galactische zone. Hadden we ons te dicht of te ver van het midden bevonden, dan was de kans veel kleiner voor de Aarde om leven voort te brengen, en al zeker om zo lang leefbaar en stabiel te blijven.
NIet te dichtbij
Te dicht bij het centrum van de Melkweg zouden we geconfronteerd worden met een omgeving met erg veel sterren, gas en stof. Bovendien zijn daar veel van die sterren heel massief, en vormen ze dus supernova’s. Bijgevolg is dit een omgeving met erg veel gevaarlijke straling, en regelmatig golven van extreme supernova uitstralingen die (bijna) alle leven ineens zou kunnen doden. Is zoiets dan nooit gebeurd op Aarde? Wel, dat zijn we niet zeker. Op het einde van het Devoon (+/- 360 MA) is er mogelijks een massale uitsterving geweest van landleven en leven uit ondiepe wateren. Van die periode zijn ook gesteenten gevonden met isotopen die mogelijks ontstaan zijn na supernova explosies (meer bepaald samarium-146 en plutonium-244). De massa-extinctie van die periode is verdacht. Maar de supernova’s die dichter bij het galactisch centrum zitten zouden duidelijk veel frequenter en veel ingrijpender het leven bedreigen.
Niet te veraf
Kan je planetenstelsel dan maar best zo ver mogelijk van de het centrum zitten? Nee, dat ook weer niet. De gas- en stofwolk waaruit ons Zonnestelsel is ontstaan had vrij veel elementen en moleculen die we nodig hadden om leefbare gesteenteplaneten te maken. We hebben het dan bijvoorbeeld over de CHNOPS elementen (zie item 0.3) voor het leven en andere zwaardere elementen voor de planeten met iterne warmte (Silicium, ijzer, … en nog zwaarder: radioactieve elementen). Zulke elementen zijn voldoende aanwezig in een omgeving waar veel massieve sterren van tweede of derde generatie bestaan. Dat wil zeggen, dat de aanwezig materie al 2 of 3 keer in een ster terecht kwam. Als een voldoende zware ster op het einde van haar leven explodeert, worden die zwaardere elementen namelijk gevormd. Als je te ver van het galactisch centrum bent, zal de materie te ijl worden. in de buitenregio’s worden te weinig of te kleine sterren gevormd, en ontbreekt het dus aan die zwaardere elementen.
