Bron: Astrobiology.com / Chi Fru et al. (2024)
We hebben altijd geleerd dat alle moderne diergroepen allen ontstaan zijn in de eerste tientallen miljoenen jaren van het Cambrium (Cambrische explosie, start van het Fanerozoicum). Vooraf waren wel al enkele spons- en kwalachtige fossielen bekend (vanaf 635 MA), en het ‘mislukte experiment’ van de Ediacara op het einde van het Proterozoicum of precambrium. Maar een recente studie houdt pleidooi voor een veel oudere poging om een dierenrijk op te starten.
Ongeveer 2,1 Miljard jaar geleden (Paleoproterozoicum) kwamen twee Afrikaanse cratons met mekaar in botsing: de Congo en São Francisco. Ter hoogte van het huidige Franceville Basin (Gabon) is daardoor toen een ondiepe inlandse zee ontstaan die geïsoleerd raakte van alle andere oceanen. Volgens dit onderzoek moet deze inlandse zee heel rijk geweest zijn aan fosfor, met als gevolg een langdurige bloei van zuurstofproducerende cyanobacteriën. Dit biotoop zou zo voedsel- en zuurstofrijk geweest zijn, dat er net zoals bij de start van het Fanerozoicum geen limiterende factoren meer waren om een ecosysteem te laten ontstaan met complexe meercellige organismen. De start van planten en dieren dus. Deze organismen verdwenen terug wanneer de Franceville zee niet langer geïsoleerd was, en terug contact maakte met de voedselarme en zuurstofarme omstandigheden op de rest van de planeet.
De ontdekker van de macrofossielen van Franceville – geoloog Abdarrazak El Albani van de universiteit van Poitiers (FR) – is mee betrokken in deze studie. Maar niet iedereen is overtuigd dat de fossielen – de zogenaamde Gabonionta – werkelijk afkomstig zijn van meercellige complexe macroorganismen. Het zijn fossielen tot 17 cm groot met een cirkelvorm of ellipsen. Er zijn radiale structuren te zien die wijzen op een radiale groei. Sommige structuren doen denken aan Ediacara. Andere lijken op slijmzwammen, maar die laatste zijn geen waterdieren (de Gabonionta wel). Sommige structuren lijken op parelsnoeren en op lichamen met kamertjes. Bovendien bevatten de fossielen meer zink (Zn) dan hun omgeving, wat normaal is voor eukaryoten.

Maar heel wat andere auteurs vinden deze aanwijzingen te zwak, en zeker geen sluitend bewijs dat de fossielen geen abiotische afkomst hebben. Zogenaamde concreties – geologische gecementeerde opvullingen van hiaten bij een sedimentatieproces – kunnen bijvoorbeeld gelijkaardige vormen hebben. Ook uit ‘diagenese’ kunnen als artefacten bepaalde fossiele figuren ontstaan. Dit is een proces waarbij bepaalde afzettingen samengeperst worden en ietwat dieper ondergronds geraken, maar niet diep en warm genoeg om metamorfose te ondergaan. Anderzijds is het dan weer opmerkelijk dat de macrofossielen van de Gabonionta wel in grote concentratie voorkomen in het basin. Nog opmerkelijk: de oudste fossiele aanwijzingen van eukaryote cellen zijn 400 miljoen jaar jonger dan deze Gabonionta….
Voorlopig ontbreken voldoende gegevens om de voor- of tegenstanders in deze discussie het voordeel te geven.
