Afbeelding in de hoofding: Jupiter infrarood foto 2022 gemaakt met James Webb Space Telescope. Bron: https://webbtelescope.org/contents/media/products/01HZ2PANG2TQK2EZCS3BAECAXB
De eerste planeet die zich vormde in ons Zonnestelsel was Jupiter. Deze reus zou altijd een belangrijke invloed blijven hebben op het hele stelsel, en dus zeker ook op onze planeet. Je kan je zelfs afvragen of wij zouden bestaan indien Jupiter er niet was. De kans is reëel van niet.
Er is wat discussie over de verschillende gebeurtenissen in het jonge Zonnestelsel, maar het meest onderbouwde scenario is het volgende: Jupiter vormde zich eerst net buiten de ijslijn, en vervolgens Saturnus, Neptunus en Uranus. Op de binnenste gesteenteplaneten was het nog wat wachten. Meteen na hun vorming, migreerden Jupiter en Saturnus een beetje naar binnen, richting Zon. Daarom werd een deel van de materie in de regio net binnen de ijslijn opgeslokt door Jupiter. Mars zou daarom nadien een kleinere planeet worden dan de Aarde of Venus. Maar de migratiefase duurde niet lang. De twee reuzen werden terug naar buiten gedwongen. Op een zeker moment gaan Jupiter en Saturnus in resonantie. Saturnus doet dan 1 rondje rond de Zon in de tijd dat Jupiter er exact 2 doet. Dit zorgt voor heel wat verstoring, omdat er extra veel zwaartekracht uitgeoefend wordt op lichamen die in de buurt van de reuzen komen wanneer deze op hetzelfde punt in hun baan komen (als ze 1 lijn vormen met de Zon). Hierdoor zou iets meer dan 4 miljard jaar geleden zowel Neptunus en Uranus naar buiten geduwd zijn (vroeger stonden ze dichter bij Saturnus), en Neptunus werd daarbij verder geduwd dan Uranus, waardoor ze wisselden van volgorde. Waarschijnlijk was er zelfs een vijfde ijsreus die buiten het Zonnestelsel gegooid werd. Een ander gevolg is dat er heel veel objecten – planetoïden en kometen – weggeslingerd werden. Ofwel naar buiten het Zonnestelsel, ofwel richting de Zon. Degene die naar binnen gingen veroorzaakten de zogenaamde ‘Late heavy bombardment’: een piek van invallende objecten op de planeten van het binnenste zonnestelsel. Deze gebeurtenis is nu nog goed zichtbaar op de Maan – vooral de achterkant – waar de meeste kraters en de Mare dateren uit die tijd (ongeveer 4,2 tot 3,8 GA: ‘Moon cataclysm’). Na deze woelige periode geraakten alle planeten uiteindelijk in hun stabiele baan, waar we ze ook vandaag nog vinden.
Jupiter had hierin steeds de hoofdrol. Door de verstoringen bij zijn migratie-bewegingen, werd helemaal in het begin het binnenste deel van het zonnestelsel met water en andere vluchtige stoffen aangerijkt, wat bij het ontstaan van de Aarde voor de latere leefbaarheid toch mogelijk belangrijk was. Nadien was het ook door Jupiter dat de late heavy bombardment mogelijk werd. De Aarde en andere gesteenteplaneten kregen hierdoor terug meer water en organische stoffen binnen. Anderzijds is het ook mogelijk dat eventueel reeds ontstaan leven op Aarde, Mars of Venus door de meteorietenregen terug gedood werd. Dat zullen we nooit weten. De oudste sporen van leven die we tot hiertoe hebben gevonden is 3,8 miljard jaar oud. Net na de late heavy bombardment dus.

Eens dat de rust terugkeerde, kreeg Jupiter (en in mindere mate Saturnus) een nieuwe rol als onze beschermheer. Enerzijds slokt deze reus met zijn zwaartekracht heel wat kleine objecten op, die anders mogelijk zouden kunnen botsen met de Aarde. Tot op vandaag is dat een belangrijke invloed, omdat het de kans op een grote vernietigende impact heeft verlaagd.
Anderzijds is de aanwezigheid van Jupiter met al zijn zwaartekracht-invloed een stabiliserende factor voor de banen van alle andere planeten, en van de planetoïdengordel tussen Jupiter en Mars. We denken daarbij niet meteen aan zeer dramatische gebeurtenissen, zoals planeten of dwergplaneten die volledig uit hun baan zouden geraken, maar aan de kleine baanvariaties die zowiezo wel voorkomen in een planetenstelsel met 8 planeten en tientallen kleinere objecten. De klimaatschommelingen van de laatste miljoen jaar – de Milancovic cycli – bijvoorbeeld, worden toegeschreven aan kleine baanvariaties en obliquiteitvariaties van de Aarde. Zonder de dominante rol van Jupiter zou in het Zonnestelsel meer onvoorspelbaarheid bestaan in verband met dit soort kleinere variaties. Er zou meer risico zijn op grotere schommelingen, wat gevaarlijker is voor leefbaarheid.
De hele situatie is echter complex, en het is moeilijk hard te maken dat de Aarde zonder het bestaan van Jupiter minder (lang) leefbaar zou zijn geweest. Wat we wel weten, is dat het in theorie statistisch onwaarschijnlijk was dat in die vier miljard jaar dat onze planeet door leven bevolkt is, er al die tijd geen vernietigende inslagen plaatsvonden die bijvoorbeeld alle complex leven of alle oppervlakteleven zou doden. Het lijkt erop dat deze niet meer plaatsvonden na de late heavy bombardment. Misschien hadden we daarvoor wel Jupiter nodig.
